Welkom bij Toneelgroep Phoenix

Home | Leden | Geschiedenis | Agenda | Stukken | Contact

De geboorte van Phoenix

Het zal eind 1954 of begin 1955 geweest zijn dat op zekere dag kapelaan Sweere van het Fort bij mijn ouders op de stoep stond.
Ikzelf was amper uit militaire dienst en nog niet getrouwd.
In de oorlog was de patronaatstoneelclub van broeder Alraedus een slapend bestaan gaan leiden. Toen de oorlog voorbij was zijn er zonder succes wat pogingen gedaan om het oude Fortse Mannentoneel weer nieuw leven in te blazen, maar men miste een stuwende kracht. Bij verschillende oud-spelers was nog wel animo, maar het kwam maar niet van de grond.

Het vertrek van broeder Alraedus naar Breda, die regisseerde was de doodsteek geweest voor de oude ‘patiënt’ die de oorlog niet overleefde. Toch werd op aandrang van kapelaan Sweere en enkele van de oud-gedienden het initiatief genomen tot een poging om het Fortse toneelbestel weer van de grond te krijgen. Met die boodschap kwam Sweere bij mij en verzocht me deze kar te willen gaan trekken.
De eerste bijeenkomst vond plaats op de ‘foyer’ van het door de Duitsers ontluisterde en door de tand des tijds aangetaste patronaat.
Aanwezig waren, behalve Sweere en ik, nog de oud-spelers Nilleke Hermans, (vader van de toenmalige nar) Janus Klaassen, Flor Plompen, Piet van Dessel en Leo Coppens. Men wilde zo snel mogelijk weer gaan spelen en wel in tegenstelling tot vroeger: gemengd.

Een soort voorlopig bestuur (secretariaat) werd ingesteld. Ik suggereerde de nieuwe club de naam “Phoenix” te geven om hiermee aan te duiden dat de oude club als het ware uit de (oorlogs)as weer was herrezen. Men vond dit een uitstekende gedachte.
Er zou een stuk gezocht worden en men zou proberen hiervoor de nodige spelers uit vrienden en kennissenkring te mobiliseren. Het te spelen stuk moest niet te moeilijk zijn en het liefst een klucht of luchtig blijspel.

Na wat leeswerk van Uitgeverij Vink uit Alkmaar leek me “Toontje in de knoop” van Jack Bess wel een geschikt stuk. Maar dit was niet het lichtste karwei.
Het patronaatstoneel was een puinhoop met nauwelijks voldoende verlichting.
De oude decorstukken en doeken die op de toneelzolder lagen was één berg afval, kapot en vergaan linnen. Geld voor nieuw was er niet. Dat betekende voor mij naast regisseren, decor bouwen, schilderen, meubilair zoeken, voor betere verlichting zorgen en zelfs grimeren toen er gespeeld ging worden. Wie kon hielp mee om toch met iets acceptabels voor de dag te komen. Zo kwam met veel tijd en moeite toch “Toontje” uit de knoop en kon een eerste opvoering voor de K.A.B. in tegenwoordigheid van broeder Alraedus plaatsvinden. En met redelijk succes.

De eerste cast bestond, als ik het me goed herinner ( ik heb jammerlijk niets bewaard uit die tijd) uit de volgende spelers: Nilleke Hermans, Janus Klaassen, Flor Plompen, Leo Coppens, Piet van Dessel, F. Huismans en de dames Jeanne van Broekhoven, R.Marijnissen, R.Kil, T.Huismans en J.Machielsen.
Een flinke bezetting voor de eerste keer.

In de tijd die volgde kreeg de club wat meer vorm. H.Linders, H.Knoet en L.Suykerbuyk vormden een decorploegje. Kapper van der Velden uit de Steenbergsestraat werd de eerste grimeur. Bij het zoeken naar een bestuur vond ik na verloop van tijd Dré de Wolf, die ik kende van het koor en Odiles bereid voorzitter te worden. Hij heeft dat lange tijd volgehouden.
Voor de decorploeg en als bestuurslid is ook Janus Kil uit Hoogerheide van grote waarde geweest en ook Cees Uyl heeft later een belangrijk steentje bijgedragen als speler en bestuurslid.

Mijn opzet was niet te blijven hangen in de goedkope lach of ik schietspelen maar geleidelijk als ik de krachten wat beter kende te komen met de nodige variatie.
Van de stukken die we opvoerden in de volgende jaren kan ik me nog herinneren: Pa snapt het niet, Robbedoes, Suuske Perdaems, En waar de ster bleef stille staan…, zijne majesteit Gustav Krause en uiteindelijk het beste en moeilijkste: Little lambs eat ivy (kleine kinderen worden groot). Natuurlijk vond er in die jaren nog al wat wisseling van spelers plaats om allerlei redenen. Namen die later op het programma voorkwamen waren o.a. Sjaantje Suykerbuyk, Cor Roovers, Tony Leus, Cor Franken, Peet Franken, Jan Franken, Mariëtte van de Ouderaa,
Jan Kil, Sjef Ligtenberg.

Tony Leus heeft in later jaren nog geregisseerd herinner ik me.
Na het derde seizoen werd me het Fortse patronaat toch een beetje te bekrompen, kaal, leeg, armoedig, geen sfeer. Dat is de reden dat we verhuisden naar De Hollandsche Tuin.

Hier hadden we wat meer ruimte en accommodatie.
Jan Raaymakers grimeerde inmiddels en gaf waardevolle adviezen bij de decorbouw.
Het eerste stuk hier was geloof ik “En waar de ster bleef stille staan” van F.Timmermans.

We werkten met zelfgebouwde spots van autolampen en Jeanne Machielsen was de eerste vrouwelijke duvel. Er is in de loop van de jaren veel gelachen en met plezier gespeeld. Veel leuke voorvallen deden zich voor. Om er enkele te noemen: hoe Cor Roovers in “Toontje” als reddende engel speelde, of hoe Jeanne van Broekhoven tien of meer overgeslagen bladzijden tekst redde, of hoe er op een avond in het Juvenaat geen meubilair was en men mijn hagelnieuw bankstel uit mijn huis sleepte, of hoe een trap in Vosmeer op het toneel moest die tot net onder het plafond reikte, enz…

Wanneer het een vereniging goed gaat komen vaak de problemen. Zo ook bij Phoenix.
De club draaide lekker met goede resultaten. Er was een bestuur, flink ledenaantal, donateurs en geld in kas doordat we de boer opgingen. De moeilijkheden ontstonden toen enkele spelers en bestuursleden zich nadrukkelijk wilden gaan bemoeien met de te spelen stukken en het verdelen van de rollen. Dat is voor iedere toneelclub een levensgevaar.

Een leescommissie is funest want men leest stukken en ‘plant’ daarmee vaak een rol voor zichzelf. Men komt dan in conflict met de visie van de regie en de mogelijkheden van de club. Dit kan nooit.

Toen men destijds bij Phoenix daaraan toch vasthield was dit voor mij de reden om het bestuur voor de keus te zetten. Ik wilde geen bemoeienis met de regie en de rolverdeling. Toen men zich hierin niet kon vinden heb ik mijn ontslag als regisseur ingediend en ben opgestapt. Ik had met plezier de club op de rails gezet. Het gestelde doel was bereikt.
Phoenix was uit zijn as herrezen.

november 1994.
Sjef Huismans.

Wilt u kaarten bestellen voor ons nieuwe stuk? Klik dan binnenkort hier.
Bijzonder concept & creatie Lemon Biscuits - creative webapplications MCD Supermarkten Remmerswaal - accountants en adviseurs
Primera - De Gilles Praxis SABIC - Innovative Plastics Holonite - gegoten composietsystemen
Art & Frame Landschapssferen Café het Zwijnshoofd